Top

Geschiedenis

Autoworld collectie

Het gebouw

Leopold II (1835-1909) was zeer begaan met de urbanistische ontwikkeling van België. Hij hield van brede lanen, parken en monumenten. Hij wou van Brussel niet enkel een mooie, prestigieuze, maar ook leefbare stad maken die kon wedijveren met de andere grote Europese steden.

In 1880 werd de vijftigste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid gevierd, een perfecte aanleiding om een Nationale Tentoonstelling te organiseren. Nauwelijks een jaar voor die Tentoonstelling legde architect Gédéon Bordiau in opdracht van Leopold II de hoofdlijnen vast voor de aanleg van een monumentaal park op een braakliggend oefenterrein dat toen nog buiten de stad lag, de Linthoutse Vlakte, aanvankelijk 12 ha groot.

Voor deze tentoonstelling ontwierp architect Bordiau twee gebouwen die met elkaar waren verbonden door een halfronde zuilengalerij, daartussen zou een monumentale triomfboog worden opgericht. Die zou zich in het verlengde bevinden van de Wetstraat en de geplande laan naar Tervuren.

De gebouwen geraakten natuurlijk niet meer klaar voor de tentoonstelling: de zuilengalerij en de triomfboog waren voorlopige constructies uit hout en pleister. Na de feestelijkheden had het terrein nog geen definitieve bestemming, maar er werd wel verder gebouwd. Het park werd door onteigeningen en aankopen uitgebreid tot de huidige oppervlakte van 30 ha en kreeg ook een naam die vandaag nog steeds bestaat: het Jubelpark.

Museum

Met het oog op de Wereldtentoonstelling van 1888 werd achter de zuilengalerij door architect Bordiau een grote hal uit staal en glas gebouwd. Het boogvormige dakgebinte had een voor die tijd fenomenale overspanning van 48 meter. Toen de tentoonstelling werd geopend was de geplande triomfboog verre van klaar. Op zijn funderingen werd daarom een voorlopig monument uit hout en gips opgetrokken. Op deze site werd in 1897 nog een wereldtentoonstelling georganiseerd.

Op vraag van de Koning werd de grote hal in twee symmetrische delen opgedeeld. Hierdoor ontstond een groot plein met een onbelemmerd uitzicht van de triomfboog richting Tervuren. De voor- en de achterkant van de hallen waren volledig uit glas, gevat in een stalen structuur. Deze hallen waren een visitekaartje van de Belgische staal en glasnijverheid, waarin het land toen uitblonk. De hallen staan er vandaag nog steeds. In de ene is het Lucht- en Ruimtevaartmuseum ondergebracht, in de andere heeft Autoworld sinds 1986 onderdak.

In 1905 werd dan de definitieve triomfboog gebouwd. Het ontwerp is van de hand van architect Girault, door de Koning aangesteld als assistent van Bordiau. Ook al was de boog monumentaal, in eerste instantie werd het project door de monumentencommissie geweigerd, omdat hij… te klein was.

In 1910 werden nog twee muren gebouwd die de grote hallen verbinden met de zuilengalerij, daardoor kwam de monumentale structuur van de esplanade nog beter tot haar recht.

Vanaf 1902 werd in het Jubelpark een jaarlijks Automobiel- en Rijwielsalon georganiseerd. Een initiatief van de “Syndicale Kamer van de Automobiel- en Rijwielconstructeurs”, voorloper van het huidige FEBIAC.


De hal waar nu Autoworld in is ondergebracht, kreeg in de loop der jaren diverse bestemmingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij gebruikt als garage door het Duitse leger. Vanaf 1920 werd het Mundaneum erin ondergebracht. Het Mundaneum gaat terug tot het einde van de 19e eeuw. Stichters waren twee Belgische juristen, Paul Otlet en Henri La Fontaine.

Het Mundaneum lag aan de basis van diverse internationale instellingen gewijd aan kennis en samenhorigheid en evolueerde in de 20e eeuw tot een universeel documentatiecentrum.

Museum

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de hal de meest uiteenlopende bestemmingen. Economaat van het Ministerie van Economische Zaken, opslagplaats voor sportmateriaal van BLOSO tot zelfs entrepot voor duiven bij wedstrijden. Het gebouw kwam steeds meer in verval, tot het in 1984 werd opgeknapt om er de Mahy Collectie in onder te brengen.

Powered by creaxial   -   Privacybeleid